dat ik een deur achter me dichttrok
en het ineens stil was.
Niet die fijne, rustige stilte.
Maar een stilte die je voelt
in iedere vezel van je lichaam.
Geen stemmen in huis.
Geen jas die er normaal altijd hing.
Geen vraag wie er mee-eet.
Alleen ik.
En soms de kinderen.
En die stilte…
die kwam echt keihard binnen.
Alles was anders.
Niet geleidelijk.
Maar ineens.
Poef, zo was het ….
Ik weet nog dat ik dacht:
Dit red ik wel.
Ik was altijd sterk geweest.
Ik was altijd maar doorgegaan.
Ik had altijd volgehouden.
En ja, ik was sterk.
Maar tegelijkertijd voelde ik me vanbinnen
hartstikke leeg.
Alsof ik even niet meer wist
wie IK eigenlijk was
zonder die andere persoon naast me.
Overdag ging ik door.
Voor mijn werk.
Voor de kinderen.
Voor alles wat ik moest doen.
Ik functioneerde ,
maar op een heel laag pitje.
Zo nu en dan verscheen er nog een lach.
Op de juiste momenten.
Voor de buitenwereld.
Maar diep vanbinnen
was ik gebroken.
Het was geen fijne tijd.
En ik wil het ook niet mooier maken
dan het was.
Dit is rouw.
Rouw om wat er is geweest.
Rouw om wat ik dacht
dat er voor altijd zou zijn.
Rouw om toekomstbeelden
die nooit meer zouden komen.
Maar ook rouw
om de versie van mezelf
die zo lang in de schaduw had geleefd.
Verbonden aan de ander.
En rouw
om mijn oude ik
die ik moest gaan loslaten.
Dat besef kwam pas veel later.
In het begin dacht ik vooral:
Waarom voel ik me zo?
Ik heb hier toch niet voor gekozen?
Maar rouw volgt geen logica.
Het kent geen planning.
Het trekt zich niets aan
van wat we allemaal “moeten”.
Misschien herken je dit:
Je slaapt slechter.
Je hoofd blijft uren draaien.
Gedachten blijven komen,
alsof ze geen pauze kennen.
Emoties komen in golven.
Soms uit het niets.
Soms op momenten
dat je dacht: nu gaat het wel.
Even rust.
En daarna weer overspoeld worden
door verdriet, gemis
of een scherpe pijn in je hart.
Maar weet je…
dit is heel normaal.
Hoe verwarrend het ook voelt en klinkt nu
Je bent niet ¨kapot¨.
Je bent aan het verwerken.
Bij mij kwam, heel diep vanbinnen,
Langzaam aan een vraag omhoog, die me wel geruime tijd bezig hield.
Wie ben ik nu eigenlijk?
Niet wie ik was in de relatie.
Niet wie ik was voor de buitenwereld.
Maar wie ben ik vanuit mijn essentie.
Die vraag bleef maar terugkomen.
Elke dag opnieuw.
Ik heb opnieuw moeten leren voelen.
Niet denken, niet analyseren met mijn hoofd.
Maar echt voelen.
Ik begon mijn lichaam te vragen:
Wat wil je mij vertellen?
Waar zit er nog spanning?
Waar zit verdriet, wat ik heel lang heb weggeduwd?
Stap voor stap kwam ik dichter bij mezelf.
Soms met kleine stapjes vooruit
en drie weer terug.
Soms met emmers tranen
waar geen woorden voor nodig waren.
Maar steeds iets minder ver weg
van wie ik in nature ben.
Niet langer leven in de schaduw van.
Niet langer alleen maar sterk zijn.
Maar langzaam…
heel langzaam…
Weer dichter bij mezelf .
En ja ,dat proces was zwaar.
Maar het was ook
het meest dankbare pad
dat ik ooit heb mogen lopen.
En dat gun ik jou ook.
Liefs,
Angelique ❤
