Laat die zin maar eens rustig tot je doordringen.
De afgelopen week kreeg ik mijn eerste podcast terug.
Een proefversie.
En wow… wat ben ik trots.
Toch heb ik er zeker een half uur naar gekeken.
Tot staren toe.
Niet omdat ik mezelf zo graag hoor praten — haha, integendeel.
Maar omdat er iets in mij gebeurde.
Ik bleef kijken.
Ik bleef luisteren.
Ik bleef voelen.
Tot ik ineens dacht:
wie ben ik in godsnaam geweest?
Wat ik zag, was iemand die er gewoon zit.
Zonder zich kleiner te maken.
Zonder zichzelf weg te cijferen.
En ik besefte:
ik heb het gewoon gedaan.
Dat besef raakte iets diep in mij.
Die paar minuten video hebben de dagen daarna van alles in beweging gezet.
Alsof er iets in mij wakker werd.
Iets dat al klaarstond om gezien te worden.
Een paar dagen later kwam er een ochtendinspiratie voorbij.
En meteen voelde ik: dit raakt iets in mij.
Oude delen kwamen omhoog.
Oude overtuigingen.
Dingen die ik ooit ben gaan geloven over mezelf —
en die ik, zonder het door te hebben, als waarheid ben gaan aannemen.
Mijn gedachten gingen terug naar een periode die nog steeds voelbaar dichtbij is.
De tijd na mijn scheiding.
De tijd waarin ik begon met werken aan mezelf.
De weg richting bewustwording.
Dichter bij mezelf.
Ik stond toen voor een drempel.
Niet letterlijk — maar zo voelde het wel.
Ik hoefde er alleen maar overheen te stappen.
Maar toen ik dat uiteindelijk deed,
begon alles in mij te schuiven.
Ik weet nog dat ik uren heb rondgereden.
Zonder doel.
Het voelde alsof de bodem onder mijn voeten werd weggetrokken.
Alles wat ik dacht te weten over mezelf,
leek ineens niet meer zo helder.
Niet meer zo zeker.
De vraag die steeds terugkwam was:
wie ben ik eigenlijk geweest?
En wat ben ik onderweg gaan geloven over mezelf?
Nu ik wat afstand heb genomen, zie ik het veel helderder.
Ik ben altijd maar doorgegaan.
Niet omdat ik dat per se wílde,
maar omdat ik dacht dat het zo hoorde.
Doorgaan was mijn waarheid.
Maar het was geen waarheid.
Het was iets wat ik had overgenomen.
Van de maatschappij.
Van hoe we zijn opgegroeid.
Van een wereld die doorgaan beloont
en stilstaan liever niet ziet.
Het idee dat ik niet goed genoeg ben.
Dat ik harder mijn best moet doen.
Dat ik zichtbaar moet zijn — productief, sterk.
Dat ik nog meer moet geven.
Nog meer moet sporten.
Nog meer moet presteren —
om erkenning te krijgen.
Om me gezien te voelen.
Ik wist niet beter.
Dus werd dit mijn waarheid.
Een waarheid die ik ben gaan geloven.
Tot mijn lichaam en mijn hoofd vastliepen.
Tot ik ziek werd van het alsmaar doorgaan.
En ik begon te voelen: dit klopt niet meer.
Niet in lijn met wie ik ben.
Want zolang je gelooft dat je niet goed genoeg bent,
hoe kan iets ooit écht genoeg voelen,
als je diep van binnen iets anders gelooft?
En hoe kun je een ander volledig zien,
als je jezelf steeds tekortdoet?
Ik zie het nu ook bij mijn kinderen.
Hoe makkelijk we zeggen:
“Stel je niet zo aan.”
“Niet zeuren.”
“Je kunt nog wel even doorgaan.”
Niet omdat we hard zijn.
Maar omdat we het zo geleerd hebben.
En wat je niet kent, kun je ook niet anders doen.
Wat je niet weet, kun je niet doorgeven.
Mijn vriend zei dat altijd tegen mij.
En nog steeds raakt die zin.
Ik heb zelf ook trajecten gevolgd
waarin ik dingen ben gaan geloven
omdat een ander dat zei.
Omdat het logisch klonk.
Omdat het zo werd gebracht.
Tot ik vanbinnen voelde:
dit klopt niet voor mij.
Dit voelt niet fijn.
Niet in lijn met mijn waarden.
Niet in lijn met wie ik ben.
En vooral niet met wat mijn lichaam me al die tijd probeerde te vertellen.
We leven in een wereld waarin doorgaan wordt beloond.
En stoppen al snel wordt gezien als zwakte.
Alsof je faalt wanneer je even een stap terug doet.
Wanneer je stopt.
Wanneer je naar jezelf luistert.
Maar dat is geen waarheid.
Dat is een overtuiging
die je ooit bent gaan geloven
en bent gaan zien als jouw waarheid.
En misschien…
is het nooit echt jouw waarheid geweest.
Welke waarheid heb jij ooit aangenomen,
die misschien nooit echt van jou was?
Liefs,
Angelique
